Dynamische problemen

Voor diverse opdrachtgevers heeft Adviesbureau Hageman in de loop van de jaren constructies ontworpen en berekend, die dynamisch worden belast.

Dit zijn bijvoorbeeld mastconstructies, bruggen, machinefundamenten en vloeren.

Aan de grootte van dynamische verplaatsingen en snelheden van een bouwwerk worden in de Nederlands Bouwregelgeving geen eisen gesteld. Ten behoeve van de bruikbaarheid worden bij aantal typen constructies, zoals vloeren en voetgangersbruggen, wel eisen gesteld aan de minimale waarde van de eigenfrequentie. Daarnaast is de laagste eigenfrequentie van een mastconstructie van belang voor de bepaling van de in rekening te brengen windbelastingen op deze constructies. Voor allerlei typen constructies zijn daarom in de loop van de jaren de eigenfrequenties bepaald. Hierbij wordt gebruikt gemaakt van analytische formules uit literatuur, de methode Rayleigh en ook 3D-computerberekeningen met behulp van een EEM-pakket. Op basis daarvan zijn voor bepaalde typen constructies zelfs eenvoudige vuistregels gevonden.

Voor sommige constructies is echter de bepaling van alleen de eigenfrequenties niet voldoende. Dynamische bewegingen kunnen de werking van op de constructie geplaatste apparatuur, negatief be´nvloeden. Leveranciers en opdrachtgevers stellen daarom vaak eisen aan deze bewegingen. Ook kunnen bewegingen leiden tot hinder voor personen. In de loop van de jaren zijn voor veel constructies de dynamische verplaatsingen en snelheden bepaald. De berekende dynamische verplaatsingen en snelheden kunnen vervolgens worden getoetst aan de toelaatbare waarden van deze grootheden. Indien door opdrachtgevers en leveranciers geen eisen worden gesteld, kunnen de eisen uit CUR-rapport 57, relevante SBR-richtlijnen of het Duitse voorschrift VDI 2056 worden gehanteerd.